Verschil tussen Brits en Amerikaans Engels: spelling, woorden en uitspraak

Geschatte leestijd: 4 minuten

Brits en Amerikaans Engels verschillen op zes vlakken: spelling, woordkeuze, uitspraak, grammatica, voorzetsels en uitdrukkingen. Meestal is het verschil onschuldig, maar in zakelijke communicatie kan het tot verwarring leiden, en inconsistent gebruik oogt slordig. In dit artikel zetten we de belangrijkste verschillen op een rij, met tips voor welke variant je zakelijk kiest.

1. Spelling

Een van de meest opvallende verschillen tussen Brits en Amerikaans Engels is de spelling:

  • Brits Engels: centre, colour, organise, metre
  • Amerikaans Engels: center, color, organize, meter

Noah Webster introduceerde veel van deze spellingvariaties in de 19e eeuw, wat resulteerde in een gestandaardiseerde Amerikaanse spelling die eenvoudiger oogt dan de Britse versie.

2. Woordkeuze

Brits en Amerikaans Engels gebruiken verschillende woorden voor dezelfde objecten en concepten. Dit kan leiden tot verwarring en grappige misverstanden:

  • Brits Engels: boot (van een auto), biscuit, holiday, lift, trousers
  • Amerikaans Engels: trunk (van een auto), cookie, vacation, elevator, pants

Een Brit die om een biscuit vraagt, verwacht een koekje, terwijl een Amerikaan denkt aan een soort zacht broodje. En let op met pants: in Amerika een broek, in Groot-Brittannië ondergoed.

3. Uitspraak

Ook de uitspraak verschilt aanzienlijk:

  • Schedule: Brits “SHED-yool”, Amerikaans “SKED-jool”
  • Advertisement: Brits “ad-VER-tis-ment” (klemtoon op de tweede lettergreep), Amerikaans “AD-ver-tize-ment” (klemtoon op de eerste)

Daarnaast spreken Amerikanen de r aan het einde van woorden duidelijk uit (car, water), waar die in het Brits Engels vaak wegvalt.

4. Grammatica

Er zijn ook grammaticale verschillen tussen de twee varianten:

  • Brits Engels: “I have got a car”
  • Amerikaans Engels: “I have a car”

Daarnaast gebruiken Britten vaker de voltooide tijd, zoals in “I have just eaten”, terwijl Amerikanen eerder de verleden tijd gebruiken: “I just ate”.

5. Voorzetsels

Brits en Amerikaans Engels verschillen ook in het gebruik van voorzetsels:

  • Brits Engels: “at the weekend”, “in a team”
  • Amerikaans Engels: “on the weekend”, “on a team”

Deze verschillen zijn subtiel, maar ze bepalen mede of je Engels natuurlijk en correct klinkt.

6. Uitdrukkingen en slang

De verschillen worden ook weerspiegeld in idiomatische uitdrukkingen:

  • Brits Engels: “It’s not my cup of tea” (het is niet mijn ding)
  • Amerikaans Engels: “It’s not my thing”

Amerikanen zeggen ook “to hit the books” (studeren), waar Britten eerder “to do some revision” gebruiken.

Welke variant kies je zakelijk?

Voor zakelijke communicatie is het antwoord simpel: het maakt minder uit wélke variant je kiest, als je maar consequent bent. Een offerte met colour in de ene alinea en color in de volgende oogt slordig. Kijk daarom naar je doelgroep: werk je vooral met Britse of Europese partners, kies dan Brits Engels. Richt je je op de Amerikaanse markt, kies Amerikaans. Leg de keuze vast in een schrijfwijzer, zodat het hele team dezelfde variant gebruikt, ook in e-mailhandtekeningen, presentaties en op de website.

Twijfelt je team regelmatig over dit soort keuzes, of merk je dat het Engels in mails en meetings net niet professioneel genoeg klinkt? Dan is dat zelden een kwestie van variant, maar van vaardigheid.

Professioneler Engels voor je team?

Met een training Zakelijk Engels oefent je team met echte werksituaties: mails, meetings, presentaties en onderhandelingen. Op maat van jullie sector, incompany of online.

Bekijk de training Zakelijk Engels

Veelgestelde vragen over Brits en Amerikaans Engels

Wat is het grootste verschil tussen Brits en Amerikaans Engels?

De meest zichtbare verschillen zitten in spelling (colour versus color) en woordkeuze (lift versus elevator, holiday versus vacation). Daarnaast verschillen uitspraak, grammatica, voorzetsels en uitdrukkingen. De talen blijven onderling prima verstaanbaar.

Is Brits of Amerikaans Engels beter voor zakelijk gebruik?

Geen van beide is beter. Kies de variant die past bij je doelgroep en gebruik die consequent in alle communicatie. Inconsistent wisselen tussen varianten oogt onprofessioneel.

Verstaan Britten en Amerikanen elkaar altijd?

Vrijwel altijd, maar losse woorden kunnen verwarren. Een biscuit is in Groot-Brittannië een koekje en in Amerika een zacht broodje, en pants betekent in Amerika een broek maar in Groot-Brittannië ondergoed.

Welk Engels leer je in een taaltraining?

Bij een goede zakelijke taaltraining staat verstaanbaarheid en professionaliteit centraal, niet één specifieke variant. De trainer stemt af op de markten en partners waar jouw team mee werkt, en besteedt aandacht aan de verschillen waar dat relevant is.

Nicci Severens
Nicci Severens is marketeer bij Language Partners, gespecialiseerd in zakelijke taaltraining voor organisaties. Ze schrijft over taal op de werkvloer, L&D-strategie en de impact van communicatie op bedrijfsresultaten.

My LPOnline